Interview met Ney speler Hamed

Door Boris van Olffen

Deze maand spraken we met orkestlid Hamed Alshaabi over zijn instrument, de muziek die hij maakt en hoe hij in het orkest terecht kwam. Hamed speelt de ney, een smalle fluit die van oudsher van een soort riet gemaakt wordt en vaak te horen is in de Turkse, Perzische en Arabische muziek. Sinds iets meer dan 2 jaar speelt hij met Catching Cultures Orchestra mee. Zowel hij als zijn instrument zijn inmiddels niet meer weg te denken uit het orkest.

Zeg Hamed, het klinkt alsof je al behoorlijk lang ney speelt. Klopt dat?

Haha, ja ik speel nu al ongeveer 24 jaar

En hoe is dat begonnen?

Dat begon eigenlijk toevallig. Aanvankelijk wilde ik doedelzak leren spelen en ik moest daarvoor eerst blokfluit leren. En ik zocht naar een Oosterse blokfluit. Ik ging naar een muziekwinkel voor een instrument en ik zei: ik zoek een Oosterse blokfluit. En hij zei: “die heb ik niet, maar ik heb wel dit: de ney.” Dus ik probeerde het en ik vond het weliswaar mooi, maar ik kon er nog niet echt geluid mee maken.

De Ney, dit exemplaar is van van Walnoothout

 Ik heb er een gekocht en besloot op een gegeven moment om een mondstuk van de blokfluit op de ney te zetten. Zo bleef ik maar proberen en proberen en uiteindelijk lukte het mij ook zonder mondstuk. Daarna ging ik naar een docent, maar niet voor de ney. Niet veel mensen in Syrië spelen de ney. Een docent vinden voor dit instrument was dus niet zo makkelijk. Ik studeerde destijds voor dierenarts aan een universiteit in een andere stad, Hama. Er was daar een instituut voor muzieklessen, maar wederom geen ney. Ik vond echter wel een docent voor viool en hij leerde mij de maqams, noten lezen en eigenlijk alle beginselen van muziektheorie. Ondertussen bleef ik zelf maar verder leren. In 2003 hoorde ik dat ze op de universiteit van Homs een muziekfaculteit zouden starten. Daar heb ik mij toen direct voor aangemeld, terwijl ik ook nog op de faculteit diergeneeskunde zat. Er waren 3000 aanmeldingen maar er werden er slechts 50 toegelaten. Gelukkig was ik er daar één van. Daar heb ik uiteindelijk anderhalf jaar gestudeerd, maar ik heb het niet af kunnen ronden omdat ik ook nog mijn andere studie had. Ik koos dus voor dierenarts en ben toen met de muziekopleiding gestopt.

Hamed tijdens het optreden op Duik In Het Zand 2019 © Birgit Schuch

Maar je bent wel muziek blijven maken als hobby?

Ja dat ben ik wel altijd blijven doen.

En hoe deed je dat dan toen je hier in Nederland kwam? Had je een ney bij je toen je aankwam?

Nee. Ik had er wel een aantal meegenomen toen ik vertrok maar die ben ik onderweg kwijt geraakt. Dat was wel moeilijk. Al mijn spullen waren op een gegeven moment weg…

En kon je hier toen makkelijk aan een ney komen?

Nee in Nederland is er eigenlijk geen ney te vinden. Voor mijn eerste ney ging ik naar de kringloop in Gilze, waar ik toen in het AZC zat. Daar heb ik gezocht naar een simpele plastic buis zodat ik zelf een ney kon maken. Ik zei tegen die man daar: “heb je iets van een soort buis?” En hij zei: “ik heb wel deze, een plastic buis voor elektriciteit.” Ik dacht: “oké, mooi” en vroeg die man “hoeveel kost dat?” Toen zei hij: “nee die is gratis. Een kadootje van mij.” Ik heb daarna met wat klein gereedschap gaatjes gemaakt en toen heb ik dus mijn eigen ney gemaakt daar in Gilze. Daarna heb ik mijn familie gevraagd om een ney te sturen vanuit Syrië. Ik had er daar nog drie liggen.

Want je hebt er ook meerdere nodig voor verschillende toonsoorten toch?

Ja. Bijvoorbeeld deze, de basis-ney. In onze muziek is dit de basis-ney, die staat in de toonsoort D. Om het instrument te kunnen leren moet elke student een D-ney hebben. Je kunt er veel verschillende maqams op spelen, bijvoorbeeld. Maar om bijvoorbeeld C-majeur te kunnen spelen heb je een E-ney nodig. Je hebt er wel een stuk of zeven nodig eigenlijk.

En dan kun je alles spelen?

Niet alles. Ik heb er zelf inmiddels bijvoorbeeld twaalf. Maar sommigen heb je niet nodig voor alles. Met CCO spelen we bijvoorbeeld het lied Kan El Zaman, daar had ik een F#-ney voor nodig. Die heb ik dus gekocht alleen voor dit liedje.

Was het spelen met CCO eigenlijk nog anders voor je dan wat je gewend was?

Ja toen ik begon was het de eerste keer in Nederland en ook mijn eerste keer met zo’n grote groep. Dat was via Mohamad (oud en zang), die mij uitnodigde om eens mee te spelen met hem. Daar ontmoette ik Hermine en Roelof en die zeiden later tegen Mohamad: “wij willen dat Hamed mee komt spelen.” Dus zo kwam ik hier terecht. Het was wel even wennen. Ik had daarvoor wel met wat andere groepen gespeeld, maar ik zat toen nog met andere dingen, zoals mijn verblijfsvergunning. Ik woonde nog in het AZC en met de asielprocedure was ik bijvoorbeeld al een jaar en drie maanden bezig. Mijn neefje van 14 was met mij mee dus ik moest ook op hem passen. Toentertijd zat ik ook nog eens in een ander AZC, in Limburg, nadat ik eerst in Gilze had gezeten. Er waren geen activiteiten daar, geen kansen voor muziek. Vandaar ook.

En waren de liedjes uit andere culturen dan ook lastiger voor je? Bijvoorbeeld een van onze Soedanese liedjes?

Nee, niet echt. Ik kende het lied Mambo Sudani, dat CCO ook speelt, bijvoorbeeld al. Die kende ik nog van toen ik klein was. Het is best een beroemd lied.

Maar het is best andere muziek soms toch? Merk je dat als je speelt?

Ja dat toch wel. Het ritme is soms ook wel erg verschillend. Maar ook de manier van zingen. In onze cultuur is er bijvoorbeeld een bepaalde manier van zingen, de mawwal. Dat is een soort stukje voor het liedje, een soort intro. Mohamad doet dat wel eens, dat hij een stuk zingt en wij daarna met het liedje beginnen. Maar voor mij is muziek gewoon muziek. Het was best anders toen ik voor het eerst Westerse muziek speelde, maar ik vond het mooi, een andere ervaring. Dat gold ook voor sommige Afrikaanse nummers. Maar het verschil is ook weer niet zó groot. In onze cultuur heb je ook gewoon majeur en mineur. Alleen zijn dat bij ons gewoon twee maqams en bij jullie heb je er in principe 2: majeur en mineur. Bij ons zijn er daarentegen wel 20 maqams.

Dat je dat weet komt natuurlijk ook doordat je zelf ook liedjes schrijft, zoals Ik hou van Nederland, dat we ook met CCO spelen. Hoe komt zo’n liedje tot stand bij jou?

Ik begin meestal met de melodie. In het geval van Ik hou van Nederland zat ik bijvoorbeeld nog in Gilze, nadat ik mijn ney had gemaakt. En toen had ik een melodie in mij hoofd, die niet helemaal Arabisch was, maar ook niet helemaal Westers. Ik vond dat dit idee ook goed paste bij Europa. Daarna kwam de tekst: “ik hou van Nederland.” Het Arabische stuk daarvoor kwam veel later. Ik weet het nog precies, dat was namelijk op Station Nijmegen.

En waar gaat het lied dan precies over?

Het gaat over wat Nederland voor mij betekent en waarom ik van Nederland hou. Vrijheid, liefde, menselijkheid. In mijn lied zingen de vredesduiven een lied en vliegen zij naar Amsterdam, waar ze allerlei bloemen, zoals tulpen, op de grond tekenen. Want toen ik hier kwam zag ik veel mooie natuur, maar ook warmte en behulpzaamheid. Dat is waarom ik van Nederland hou.

Doe je dat eigenlijk al lang, liedjes schrijven?

Ja ik heb vroeger, ook in Syrië, veel liedjes in het Arabisch geschreven, met verschillende maqams. Ik heb zelfs recent nog een liedje over de regen in Nederland bedacht. Ik was toen in Amsterdam en het begon te regenen. Ik kreeg meteen een idee voor een liedje, met een melodie en tekst. Meestal is het bij mij toch wel eerst een melodie. Ik ben natuurlijk vooral muzikant en niet echt een dichter. Maar voor dit liedje over de regen in Amsterdam kwam nou toevallig juist de tekst weer eerst en volgde de melodie snel daarna.

En heb je dan ook meteen al een idee over hoe het lied verder moet gaan?

Nee, maar dat komt vanzelf. Ik maak gewoon het eerste deel en dan bedenk ik hoe dat een liedje kan worden. Het eerste idee is gewoon een gevoel, maar daarna moet je denken over hoe dan verder en of er iets nog beter kan. Voor Ik hou van Nederland vind ik dat iedereen daar zelf wat bij mag bedenken. Ik heb dat eerder gedaan met kinderen in Utrecht, waarbij we in wel 8 talen zeiden dat we van Nederland hielden. Daarna pas kwam de Arabische tekst terug.

En heb je al nieuwe liedjes die je met CCO zou kunnen en willen spelen?

Nog niet echt, maar die komen er wel. Begin september hebben we een bijeenkomst waarbij we het over het maken van nieuwe liedjes gaan hebben. Ik heb ideeën, maar er moet wel een kans voor zijn, of een opdracht.

Wat luister je zelf in je vrije tijd vooral voor muziek?

Als ik thuis ben echt van alles, van Andre Hazes tot Arabische muziek. Maar ik luister niet veel. Soms heb ik namelijk het gevoel dat mijn hoofd te vol zit. Ik heb heel veel geluisterd in mijn leven en nu heb ik rust nodig. Ik zie ook sommige mensen, ook niet-muzikanten, die de hele dag muziek luisteren. Van mij hoeft dat niet, ik heb genoeg in mijn hoofd zitten. 

Laatste vraag: heb je nog een favoriet nummer met CCO?

Ik heb er denk ik twee. Ik vind Azez Alaya El Nom heel mooi, maar ik kijk ook altijd uit naar Ana La Habibi als we die spelen.

Dankjewel voor deze mooie verhalen over jezelf en de muziek die je maakt. We zien je snel weer op het podium met het orkest samen.

Graag gedaan en tot snel inderdaad!